Toen Mees, m’n zoon – nu 17 – wat jonger was, waren we op het strand op de Kop van Schouwen graag in de weer met zand en water. Het liefst damden we de stroompjes af die het water van de vloedwatertjes afvoerden naar zee. Achter de dam ontstond dan een stuwmeer dat steeds dieper werd. Waterstaatkundige strandvlijt, zeg maar. Niet alleen leuk voor kinderen, die grote zandbak op de rand van Nederland. Ook een prachtige omgeving voor een vader die zich – op momenten dat de Kapla-bouwblokjes en de Brio-treintjes van zoonlief even niet in de buurt zijn – toch graag kinderlijk wil kunnen uitleven.

Strand op de Kop van Schouwen met stroompje dat uitnodigt tot de aanleg van een dam.

Strand op de Kop van Schouwen met stroompje dat uitnodigt tot de aanleg van een dam

Noodzakelijk knutselen

Anders dan in de grond-, weg- en waterbouw gebruikelijk, beschikten wij niet over groot materieel geschut; blote handen en een blauwe roestige strandschep moesten het werk klaren. Zo ging dat in vroeger tijden overigens ook, moedigde ik Mees aan als hij het zat was: graaf Floris de Vijfde liet onder meer ter bescherming van de Lopikerwaard een dam aanleggen die de Hollandse IJssel van de Lek afsloot. Puur handwerk. Spaden en burries (draagbaren) waren het enige materieel. ‘Knutselen’ met water. Noodzakelijk in een land waar een groot deel van het leven zich voltrekt onder de waterspiegel.

Omgaan met water heeft ons gevormd

Dat knutselen zit in onze genen. Al eeuwen. We maken land uit water en houden land droog waar anders water zou klotsen; scheppers naast God. Dat omgaan met water heeft ons gevormd. En heeft door de eeuwen heen een belangrijke bijdrage geleverd aan wat je ‘culturele identiteit’ zou kunnen noemen, zo die al bestaat. Anders dan waterbeherend Nederland zou doen, staken Mees en ik de dammen door die we hadden opgeworpen. Maar niet nadat het waterpeil in het stuwmeer een hoogte had bereikt, die ons tot tevredenheid stemde. Hoe groter de watervloed, hoe groter het genot. Gutsend zocht het water zich na een geforceerde doorbraak dan een weg naar zee. Een keer riep Mees verrukt: ‘kijk papa, dit gebeurt ook met Nederland als er geen dijken zijn.’ Ik zal hem die woorden onbewust hebben ingefluisterd.

Ruimte voor de Rivier

Gelukkig steken Rijkwaterstaat en de waterschappen geen dijken en dammen door. Al is met het programma Ruimte voor de Rivier wel voor een andere benadering gekozen om het rivierengebied tegen overstromingen te beschermen. Jarenlang heb ik met heel veel plezier voor dat programma mogen werken. Van het schrijven van maatregelenboekjes, brochures, factsheets, webteksten tot longreads over de geleerde lessen en een oogstboek over de opbrengsten.

De focus van Ruimte voor de Rivier ligt niet op het enkel en alleen verhogen en versterken van de dijken, maar juist op het creëren van ruimte voor het water. Uiterwaarden zijn vergraven, gebieden ontpolderd, hoogwatergeulen aangelegd en dijken meer landinwaarts verlegd. Het water dat via de Rijn bij Lobith ons land binnenkomt, heeft daardoor meer ruimte gekregen, zodat de waterstand bij hoogwater gemakkelijker binnen de door ons gestelde perken blijft.

Slot Loevestein vanuit de lucht op zondag 7 januari 2018, omgeven door water van Waal en Afgedamde Maas – ANP

Slot Loevestein vanuit de lucht op zondag 7 januari 2018, omgeven door water van Waal en Afgedamde Maas - ANP

Hoogwater januari: geen klein bier, maar niet echt spannend

Op woensdag 10 januari 2018 bereikte de Rijn bij Lobith de hoogste waterstand in vijf jaar: 14.64 boven NAP. Bij die waterstand stroomt per seconde ruim 7 miljoen liter water ons land binnen. Geen klein bier. Maar spannend? Niet echt: Ruimte voor de Rivier is ontworpen om ruim de dubbele hoeveelheid water – 16 miljoen liter water per seconde; de inhoud van zo’n 6 olympische zwembaden – veilig te kunnen verwerken. Wel is dit eerste hoogwater sinds het gereedkomen van het grootste deel van de maatregelen een mooie testcase om te zien of de maatregelen echt doen wat ze moeten doen.

Rijkswaterstaat postte deze week op Facebook een prachtig dronefilmpje over het hoogwater in Nederland van januari 2018. Mooi en indrukwekkend om te zien hoe het water kennismaakt met het voor de rivier heringerichte stroomgebied.

Tijdelijk verdronken land

Geen nood aan de man dus; wel een indrukwekkende belevenis en een prachtig schouwspel. Dat moeten we zien, bedachten Mees en ik en we zijn – overigens net als enkele honderden andere hoogwaterspotters – op avontuur gegaan naar Slot Loevestein. Als een eiland lag het in één grote watermassa, alleen bereikbaar over een dijkweg dwars door het water. In dit gebied waar Waal en Afgedamde Maas samenkomen heeft het vergraven van de uiterwaarden, gecombineerd met een dijkverlegging ruimte voor de rivier gecreëerd.

Samen keken we vanaf de nieuw aangelegde ‘Wakkere dijk’ in de snijdende wind uit over de enorme en uitgestrekte watervlakte. Mooi en ontzagwekkend; een tijdelijk verdronken land met bomen die soms tot de kruinen in het water stonden. En in de verte wat schepen op de Waal. We keken elkaar aan: ‘zullen we?’ ‘Laten we deze maar even niet doorsteken’, zei Mees lachend.

Door Gert Jan Kleefmann

Meer over Ruimte voor de Rivier

Meer over Ruimte voor de Rivier vind je op de website. Daar staan ook de longreads die ik voor het programma schreef. Dit is een serie langere artikelen over telkens één aspect van het programma. Bijvoorbeeld over de gevolgen van de ingrepen voor de bewoners van de projectgebieden, of over het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het rivierengebied. In 2016 werd deze serie genomineerd voor de Grand Prix Content Marketing in de categorie Beste Longread.