Autodealers
Woensdag 29 februari 2012 | Auteur: Esther Rikkengaa
Ik heb aan autodealers een broertje dood. Maar ook mijn bolides hebben nu eenmaal niet het eeuwige leven en dus moest ik er een poosje terug aan geloven. Mijn oude auto lag lang en breed gedemonteerd op de sloop en – ik zal eerlijk zijn - ik heb nu eenmaal een zekere need for speed.
Geïnteresseerd liep ik langs de rijen auto’s en schopte her en der tegen een band of voelde aan de lak. Mijn oog viel al snel op een mooie Saab, een grijze occasion. De verkoper had me inmiddels ook in het vizier gekregen en stond luttele seconden later naast me. Of ik het ook zo’n mooi autootje vond? Zeker, legde ik uit, maar ik had ook mijn twijfels. Een slimme meid is op de dealer voorbereid en ik legde de man een behoorlijke lijst met kritische vragen voor.
En wat er toen gebeurde? Een klassiek voorbeeld van slecht communiceren. De verkoper keek me aan, lachte zijn aardigste lach, en gaf vervolgens op iedere vraag een ontwijkend antwoord. Ik: ‘Waar is de auto in onderhoud geweest?’. Dealer: ‘Dat doet er niet toe. Hij is helemaal APK gekeurd.’ En dat ging nog wel even zo door. De afloop laat zich raden. Ik voelde me totaal niet serieus genomen en stond binnen tien minuten weer buiten. Slecht communiceren werd in mijn geval slecht kopen.
Moraal van het verhaal? Communicatie is tweerichtingsverkeer en moet dus niet alleen gaan over jouw product. Een cliché van jewelste, maar het gebeurt vaak niet, zo blijkt uit het verhaal hierboven. Het bewijst maar weer eens hoe belangrijk luisteren naar je klanten is. Als je wilt dat mensen interesse krijgen in je product of dienst, moet je hun gedachten en wensen kennen of willen kennen. En hun twijfels. Dat kost inderdaad tijd en middelen, maar in een overvolle markt is dat waar je mee opvalt.
En ik? Ik heb inmiddels een nieuwe dealer. En een nieuwe auto. Toevallig ook nog eens een mooie Saab.