Job Leene

Nederland wordt de komende decennia stap voor stap aardgasvrij. Dat is niet alleen een enorme technische operatie. Ook communicatief stelt het gemeenten voor een forse uitdaging. Want hoe communiceer je met zo’n diverse doelgroep over zo’n complex vraagstuk, met nog zoveel onbeantwoorde vragen?

Door Job Leene

In het hele land moeten de komende tijd alternatieven worden gevonden voor een gasaansluiting. Welk alternatief het beste is, verschilt van plaats tot plaats, van wijk tot wijk en soms zelfs van huis tot huis. En toch moet de communicatie met de bewoners al beginnen. De hoofdboodschap is duidelijk: ‘binnenkort gaat uw huis van het aardgas af’. De logische vervolgvragen leveren vaak meer communicatieve problemen op. Wat wordt het alternatief? Dat onderzoeken we nog. Wanneer? Dat kunnen we nog niet zeggen. Wat gaat het me kosten? Geen idee. Maar bereid u wel maar alvast voor. Al weten we eigenlijk niet hoe…

De lessen van pilotgemeenten

Zie hier de communicatieve uitdaging waar honderden gemeenten voor staan. Een aantal gemeenten is al van start gegaan. 27 gemeenten hebben de status van ‘proeftuin’ gekregen en een subsidie ontvangen van de rijksoverheid. Veelal hebben zij enkele ‘pilotwijken’ aangewezen die als eerste van het gas af gaan. Bewoners hebben hier brieven over gekregen. Er zijn inloopavonden georganiseerd en websites gelanceerd. Veel gemeenten hebben informatiepunten ingericht, soms zelfs een festival georganiseerd. Wat hebben deze ervaringen opgeleverd? En wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?

Waarom eigenlijk?
Ten eerste valt in de bewonerscommunicatie door de proeftuingemeenten op dat veel gemeenten worstelen met de communicatie over de aanleiding. Waarom gaat Nederland van het aardgas af? ‘Aardgas is niet duurzaam’, ‘Aardgas is niet veilig’, ‘het aardgas is bijna op’ en ‘de aardgaswinning in Groningen stopt over een paar jaar’: we lezen verschillende redenen terug. Feitelijk wil Nederland de eigen aardgaswinning zo snel mogelijk staken om verdere bodemdaling in Groningen (en alle schade aan huizen die daar het gevolg van is) te voorkomen. Andere redenen zijn niet of niet helemaal juist of vormen in elk geval niet de directe aanleiding. Hoe dan ook, als elke gemeente een eigen verklaring geeft, komt dat de boodschap niet ten goede.

Focus op wat wél duidelijk is
Dan het alternatief voor aardgas. Dat wordt nog onderzocht, melden heel wat gemeenten. Soms is dat zo, maar vaak dient zich al wel een duidelijk alternatief aan. In dat laatste geval is er geen reden daar nu niet al duidelijk over te zijn. Is het meest logische alternatief de aansluiting op een warmtenet? Communiceer dat dan ook, zelfs als de kans bestaat dat het toch wat anders wordt. Die openheid wordt alleen maar gewaardeerd. En is de oplossing nog totaal onduidelijk, bijvoorbeeld omdat die per buurt of straat verschilt? Geef ook dat eerlijk aan. ‘We weten het nog niet’ is dan niet alleen het eerlijkste, maar ook het beste want feitelijk juiste antwoord.

Ook op de planning en de kosten per woning hebben gemeenten vaak nog geen zicht. Communiceer dan wat je als gemeente wél weet. Meld bijvoorbeeld: ‘U bent niet voor 2025, maar vrijwel zeker voor 2030 aan de beurt’. Met een dergelijke indicatie kunnen bewoners wel uit de voeten. En maak – bijvoorbeeld – duidelijk dat de overheid het gros van de kosten voor haar rekening neemt, maar dat er van woningeigenaren wel een eigen bijdrage wordt gevraagd. En dat er voor huurders geen kosten zijn: ook dat is een feit. Dat zij geen inspraak hebben in de gekozen oplossing is dat trouwens ook!

Optimistisch, maar realistisch
Dat brengt ons op de ‘we doen het samen’-sfeer die gemeenten graag oproepen in de communicatie. Maar daarmee scheppen ze al snel valse verwachtingen, want zoveel invloed heeft de betrokkene meestal niet: de gemeente doet een voorstel en de woningeigenaar kan daarmee akkoord gaan of niet. In dat laatste geval komen de kosten voor het alternatief voor eigen rekening. Aardgasvrij worden is, kortom, geen keuze, dat is alleen de uiteindelijke oplossing. Dat – inclusief isolatie en aanschaf van andere apparatuur – brengt voor de bewoners altijd kosten met zich mee. Dat realisme mag wel doorklinken in het ‘we doen het samen’-verhaal.

Positief, maar geen feestje
Uiteraard heeft de gemeente de medewerking van bewoners wel nodig. Een optimistische toon is dus wel aan te raden. Maar schiet hier niet in door. ‘Samen duurzaam worden’ is in de basis een positief verhaal, maar geen huiseigenaar heeft om deze transitie gevraagd. Het is ingrijpend – andere apparaten, aanpassingen in huis – en kost nog geld ook. Van gas los gaan is dus niet alleen een feestje. Daarvoor mag een gemeente in haar communicatie best wat begrip tonen. Geef vooral ook aan wat de voordelen zijn voor de bewoner zelf: hoe groter het eigen belang, hoe groter de kans dat die bewoner in beweging komt. Zo komt het hebben van een aardgasvrije energievoorziening de waarde van een huis ten goede.